Site Search

Huishoudelijk Reglement Wmo-raad gemeente Lingewaal

 

Dit huishoudelijke reglement is een aanvulling op de gemeentelijke Verordening van de gemeente Lingewaal.
Dit huishoudelijke reglement is, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, goedgekeurd en vastgesteld in de vergadering van de Wmo-raad van december 2013 en in werking getreden op 1 januari 2014.
Met ingang van 1 januari 2014 is het (voorgaande) reglement van 1 september 2012 vervallen.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van kracht geworden. In deze
wet wordt een beroep gedaan op de solidariteit van mensen. Het maatschappelijk doel van de wet is
'meedoen', ‘participeren’. Het beleid is er op gericht, dat alle burgers meedoen aan alle facetten van
de samenleving, al of niet geholpen door buurtgenoten, vrienden, familie of bekenden.

Wmo-raad.
De Wmo-raad is een permanent adviesorgaan van de gemeente Lingewaal voor het verstrekken van
gevraagd en ongevraagd advies aan het college van B & W
De Wmo-raad onderhoudt contacten onderhouden met al of niet georganiseerde
belangenorganisaties in de gemeente Lingewaal en/ of het Rivierengebied. Sinds september 2013
hebben de gezamenlijke Wmo-raden in Rivierengebied een netwerkovereenkomst, van waaruit een
vertegenwoordiging naar Platform Zelfredzaamheid.

Missie Wmo-raad
Het is van belang dat burgers zo lang mogelijk kunnen meedoen in de samenleving. Wanneer dat
meedoen moeilijk(er) wordt, moet iedereen kunnen rekenen op ondersteuning van de overheid en/of
de samenleving. Wmo-raad Lingewaal draagt hieraan bij door het geven van gevraagd en ongevraagd
advies aan het college van B&W.

Visie Wmo-raad
Iedereen zou de kans moeten krijgen om zichzelf zo optimaal mogelijk te ontplooien in de
samenleving, gekoppeld aan de persoonlijke verantwoordelijkheid om die kans(en) ook te benutten.
Wmo-raad Lingewaal wil dit actief verwezenlijken door beleid te beïnvloeden binnen haar grenzen en
mogelijkheden.

Huishoudelijk Reglement.
De wijze waarop de Wmo-raad werkt, samenwerkt, haar taken organiseert en uitvoert is vastgelegd in
het Huishoudelijk Reglement en gebaseerd op het principe van onderling vertrouwen.

1. Samenstelling van de Wmo–raad.

1.1 De Wmo-raad bestaat uit minimaal zeven en maximaal dertien personen (excl. de voorzitter),
woonachtig in gemeente Lingewaal. Iemand kan op persoonlijke titel lid worden van de Wmo-
raad op grond van haar/zijn netwerk in Lingewaal en het persoonlijk netwerk. Gestreefd wordt
naar een ledenbezetting van twee vertegenwoordigers van de ouderenorganisaties,
diaconieën van de Lingewaalse kerken en een brede doorsnede van vertegenwoordigers met
maatschappelijke invloed.

1.2 De leden van de Wmo-raad spannen zich in om een vorm van communicatie te
organiseren met georganiseerde en niet georganiseerde achterbannen/doelgroepen.

1.3 Bij de voordracht van een nieuw Wmo-raadslid zal zo mogelijk invulling worden
gegeven aan de samenstelling als onder artikel 1.1 genoemd.

1.4 Indien onvoldoende invulling kan worden gegeven aan de samenstelling als onder
artikel 1.1 genoemd, kan de Wmo-raad één van de leden aanwijzen die de
ontbrekende doelgroep ad interim vertegenwoordigt.

2. Zittingsduur en rooster van aftreden.

2.1 De zittingsduur van de leden van de Wmo–raad, inclusief de voorzitter is vier jaar, met de
mogelijkheid van één herbenoeming.

2.2 De Wmo-raad stelt een rooster van aftreden vast. De vice voorzitter beheert dit rooster
van aftreden. Eén maal per jaar wordt het rooster van aftreden geagendeerd.

2.3 Wanneer er een vacature ontstaat zal de Wmo-raad zo spoedig mogelijk met een
nieuwe voordracht van een kandidaat komen.

2.4 Bij tussentijdse vervanging van een Wmo–raadslid, ontstaat er voor het nieuwe Wmo-raadslid
een nieuwe periode van vier jaar met de mogelijkheid om één keer herbenoemd te worden.
Het kan betekenen dat dan het “rooster van aftreden” aangepast moet worden.

2.5 Indien een Wmo-raadslid gedurende zes maanden de vergaderingen van de Wmo-raad niet
heeft bijgewoond, zal de voorzitter binnen een maand na de genoemde termijn overleggen
met het betreffende lid hoe verdere invulling kan worden gegeven aan het lidmaatschap van
de Wmo-raad.

3. Het instellen van specialistengroepen van de Wmo–raad.

3.1 De Wmo-raad kan specialistengroepen vormen gericht op een bepaald werkgebied, besluiten
om een groep op te heffen of groepen samen te voegen.

3.2 De Wmo-raad bepaalt de taak en planning van een specialistengroep.

3.3 Specialistengroepen van de Wmo-raad kunnen geen officieel advies uitbrengen namens
de Wmo-raad, dat recht ligt bij de voltallige Wmo-raad.

3.4 Leden van een specialistengroep bereiden in overleg met de Wmo-raad een conceptadvies
voor en koppelen dit terug. Vervolgens besluit de voltallige Wmo-raad tot het uitbrengen van
het advies aan B&W.

3.6 Gemaakte onkosten en/of reis- en verblijfkosten ten behoeve van de werkzaamheden
in het kader van de Wmo-raad worden, conform door de Wmo-raad vastgestelde
‘Onkosten Reglement Wmo-raad ’ vergoed.

3.7 De specialistengroepen regelen zelf hun vergadering, het verzamelen en verspreiden van de
stukken en verslagen.

3.8 Bij de vergaderingen van specialistengroepen is geen (ambtelijk) notulist aanwezig.
De leden ervan regelen onderling de vastlegging van hun besluiten en afspraken.

3.9 Een specialistengroep kan in overleg met de Wmo-raad externe deskundigen raadplegen
en/of tijdelijk deel laten uitmaken van de groep.

4. De achterbanraadpleging en achterbancontacten.

4.1 De Wmo-raad organiseert tenminste één maal per jaar een openbare bijeenkomst van de
Wmo-raad.

4.2 Er kunnen specifieke specialistengroepen worden samengesteld voor contacten en overleg
met specifieke doelgroepen.

4.3 Leden van de Wmo-raad zijn vrij om contacten te onderhouden en/of lid te zijn van
de in artikel 4.2 genoemde doelgroepen. 5. Sollicitatieprocedure en sollicitatiecommissie.

5.1 De Wmo-raad organiseert een open wervingsprocedure door middel van plaatsing van een
oproep/advertentie in een plaatselijk verschijnend huis-aan-huisblad en op de website van de
Wmo-raad.

5.2 In de oproep/advertentie wordt ondermeer het profiel van het te werven lid genoemd.

5.3 De sollicitanten worden na een schriftelijke sollicitatie binnen drie weken na de
sluitingsdatum van de sollicitatie opgeroepen voor een gesprek.

5.4 De door de Wmo-raad voorgedragen leden worden binnen acht weken na de
sollicitatieperiode benoemd door het college van B&W.

5.5 Bij een vacature wordt er een sollicitatiecommissie gevormd die bij voorkeur bestaat uit de
voorzitter, lid van de Wmo–raad en een afgevaardigde van de gemeente Lingewaal.

5.6 Aftredende leden en de voorzitter blijven, zo mogelijk, hun functie waarnemen tot in
hun opvolging is voorzien; dit geldt niet ingeval van ontslag door het college van B & W op
grond van het disfunctioneren van een Wmo-raadslid.

5.7 Kandidaten/sollicitanten kunnen, indien zij dit op prijs stellen, alvorens zij besluiten te
solliciteren, een vergadering van de Wmo-raad bijwonen.

6. Functies binnen de Wmo-raad.

6.1 De Wmo-raad kent naast leden, drie bijzondere functies, namelijk die van:
- Voorzitter;
- Vice voorzitter
- Penningmeester of een lid.met expertise

6.2 De voorzitter, vice voorzitter en een lid met expertise vormen samen een intern forum van de
Wmo-raad waar afstemmingszaken met betrekking tot de Wmo-raad kunnen worden
besproken. Bij onderwerpen van financiële aard wordt de penningmeester betrokken.

6.3 De voorzitter of vice voorzitter, en wanneer relevant de leden, doen regelmatig verslag van
hun overleg met personen en/of organisaties van binnen en buiten de Wmo-raad.

7. De voorzitter van de Wmo-raad.

7.1 Roept de vergadering van de Wmo-raad bijeen.

7.2 Stelt in overleg met vice voorzitter de agenda op voor de vergaderingen van de Wmo-raad.

7.3 Heeft de algemene leiding van de vergadering en kan de vergadering zo nodig schorsen.

7.4 Peilt in overleg met de vice voorzitter de meningen bij stemmingsprocedures en deelt
de uitslag mee van de stemmingen.

7.5 Overlegt halfjaarlijks, of zo vaak als nodig, met de wethouder over zaken die betrekking
hebben op de Wmo-problematiek, de ontwikkelingen van de prestatievelden.

7.6 Is de vaste woordvoerder naar buiten.
7.7 Is belast met het onder de aandacht brengen, aanbevelen en uitdragen van door de Wmo-
raad geformuleerde adviezen.

7.8 Onderhoudt (zo mogelijk met de vice voorzitter) contacten binnen en buiten de gemeente
Lingewaal.

7.9 Is verantwoordelijk voor een goede overdracht van zijn/haar werkzaamheden aan de vice
voorzitter.

7.10 Heeft, samen met een wisselend lid van de Wmo-raad, 6-wekelijks overleg met het hoofd
Welzijn van gemeente Lingewaal. Dit wordt halfjaarlijks ingevuld op inschrijving.

8. De vice voorzitter van de Wmo-raad.

8.1 De Wmo-raad benoemt vanuit haar midden een vice voorzitter.

8.2 De vice voorzitter stelt samen met de voorzitter de agenda vast en is mede verantwoordelijk
voor:
- het vaststellen van de agenda en jaarplanning welke worden afgestemd op de
termijnagenda van de gemeente en contactambtenaar;
- het opstellen van door de Wmo-raad geformuleerde adviezen;
- het opstellen van de correspondentie;
- het opstellen van het (concept) jaarverslag voor 1 april;
- het beheer van het rooster van aftreden van de Wmo-raadsleden;
- de verwerking van wijzigingen met betrekking tot de verordening en het
huishoudelijk reglement;
- een goede overdracht van de werkzaamheden aan de voorzitter.

8.3 De vice voorzitter neemt deel aan het overleg tussen de voorzitter en de Gemeente.

9. De penningmeester van de Wmo-raad.

9.1 De Wmo-raad wijst vanuit haar midden een penningmeester aan die in
samenwerking met de voorzitter toezicht houdt op het werkbudget dat jaarlijks door het
college van B&W wordt vastgesteld.

9.2 In overleg met de voorzitter is het de taak van de penningmeester om:
- de jaarlijkse begroting op te stellen;
- het financiële jaarverslag te maken (verantwoording van middelen);
- in samenwerking met de ambtelijke ondersteuning de financiële rapportage te
verzorgen;
- in samenwerking met de ambtelijke ondersteuning toe te zien op de halfjaarlijkse
uitbetaling van onkosten en vacatiegelden.
- Als er financiële raakvlakken zijn wordt de penningmeester betrokken bij het overleg
van het forum.

9.3 De penningmeester brengt tweemaal per jaar verslag uit van gemaakte en nog te maken
kosten van de werkgroepen.

10. Vergaderingen van de Wmo-raad

10.1 De voorzitter stelt in overleg met de vice voorzitter de agenda samen en geeft leiding aan de
vergadering. Wanneer de voorzitter afwezig is neemt de vice voorzitter de leiding over.
10.2 De vergaderingen vinden in de regel eenmaal per maand plaats.

10.3 Op verzoek van de voorzitter of tenminste vier leden kan met opgave van redenen een
extra vergadering bijeen worden geroepen.

10.4 Per vergadering wordt een presentielijst ingevuld en een verslag gemaakt, waarin kort het
verloop van de vergadering wordt beschreven en een aparte besluitenlijst wordt opgesteld,
waarin de genomen besluiten en adviezen worden vastgelegd.

10.5 Het verslag en bijbehorende besluitenlijst wordt door de Wmo-raad vastgesteld en
door de voorzitter en vice voorzitter ondertekend.

10.6 De Wmo-raad kan ambtenaren, externe deskundigen of vertegenwoordigers van
groepen per onderwerp uitnodigen de vergadering bij te wonen voor het geven van toelichting
en/of advies aan de leden van de Wmo-raad.

10.7 Leden van de Wmo-raad kunnen bij het openen van een vergadering verzoeken tot
aanpassing van de agenda. Agendapunten waar (lees)stukken aan ten grondslag liggen
moeten minimaal drie weken voorafgaand aan de Wmo-raadsvergadering bij de ambtelijk
ondersteuner aanwezig zijn.

11. De besluitvorming

11.1 Ieder lid van de Wmo-raad heeft tijdens de stemmingsronden het recht tot het uitbrengen van
één stem. Het uitgangspunt van de Wmo-raad is om via consensus overeenstemming te
bereiken.

11.2 Tot besluitvorming wordt slechts overgegaan indien ten minste tweederde van de
leden van de Wmo-raad aanwezig is.

11.3 De besluiten van de Wmo-raad worden bij gewone meerderheid (de helft plus een)
van de aanwezige stemgerechtigden genomen.

11.4 Onthoudingen, blanco of ongeldige stemmen worden beschouwd als te zijn uitgebracht.

11.5 Indien bij het nemen van een besluit over een persoon of een zaak door geen van
de aanwezige leden stemming wordt gevraagd, wordt het voorstel geacht unaniem te zijn
aangenomen.

11.6 Stemming over zaken geschiedt mondeling, stemming over personen schriftelijk.

11.7 Indien bij stemming over een zaak in een vergadering de stemmen staken wordt het
voorstel in een volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld.

11.8 De leden onthouden zich van deelname aan een advies- en besluitvormings-procedure inzake
keuzen, voordrachten of aanbevelingen die hen persoonlijk aangaan.

11.9 Leden van de Wmo-raad zijn verplicht tot geheimhouding van alle aangelegenheden,
die zij in hun hoedanigheid vernemen en een vertrouwelijk karakter dragen.

12. De openbaarheid

12.1 De vergaderingen van de Wmo-raad zijn, gelet op artikel 7.7 van de verordening van de
Wmo-raad, niet openbaar. Met ingang van 2013 houdt de Wmo-raad minimaal 1 maal per jaar
een openbare vergadering.

12.2 De officiële adviezen, de agenda van de Wmo-raad en andere relevante zaken worden op de
website gepubliceerd.

12.3 De officiële adviezen van de Wmo-raad worden ter kennisgeving verzonden naar de
gemeenteraad. B&W zorgt voor de uitvoering hiervan.

13. De aanwezigheid in vergaderingen

13.1 De leden worden uiterlijk 10 dagen voor de vergadering schriftelijk uitgenodigd.

13.2 Wanneer een lid de vergadering niet kan bijwonen meldt hij/zij dit tijdig aan de
ambtelijke ondersteuner.

14. Het uitbrengen van gevraagd en ongevraagd advies

14.1 Elk Wmo-raadslid heeft het recht voorstellen in te dienen tijdens de vergaderingen
van de Wmo-raad om ongevraagd advies aan B&W uit te brengen.

14.2 Deze voorstellen kunnen leiden tot het opstellen van een ongevraagd advies van de
Wmo–raad aan B&W, mits in de Wmo-raadsvergadering hierover een gewone
meerderheid van stemmen is verkregen.

14.3 In geval van ongevraagd advies wordt in de inleiding van het advies gemotiveerd, wat
de aanleiding is geweest dat de Wmo-raad dit ongevraagde advies uitbrengt aan het college
van B&W.

14.4 Voor zover van toepassing, wordt in de inleiding van het ongevraagde advies zo
mogelijk ook aangegeven, welke instellingen, belangenorganisaties de Wmo-raad heeft
geraadpleegd, alvorens het ongevraagde advies wordt uitgebracht.

14.5 Het antwoord van de wethouder en/of het college van B & W is mede bepalend of de
Wmo-raad alsnog haar interne adviesprocedure afrondt en tot het uitbrengen van een advies
zal besluiten.

14.6 Een adviesaanvraag van het college welke betrekking heeft op onderzoek of rapportage
van regionale diensten, worden door de Wmo-raad behandeld als gemeentelijk beleid.

14.7 Gevraagd en/of ongevraagd advies kan alleen worden uitgebracht aan het college van B&W.
Vooraf is een schriftelijke notitie/ adviesaanvraag betreffende onderhavig voorstel tijdens
de Wmo-raadsvergadering voor de Wmo-raadsleden beschikbaar.

14.8 Voor het opstellen van het uiteindelijke officiële advies aan het college van B & W wordt het
laatst vastgestelde advies-format gebruikt en het door de voorbereidingsgroep aangeleverde
concept gebruikt.

14.9 Ook de leden van de voorbereidingsgroep gebruiken in de regel hetzelfde advies-format.
14.10 De indeling van het definitieve advies kan afwijken van de route van het advies format, mits de
Wmo-raadsvergadering daarvoor toestemming heeft gegeven.

15. Het jaarverslag

15.1 Jaarlijks stelt de vice voorzitter zo mogelijk voor 1 april in concept een inhoudelijk jaarverslag
samen van de werkzaamheden van de Wmo-raad over het afgelopen jaar.

15.2 De Wmo-raad stelt zo mogelijk voor 1 april het jaarverslag over het afgelopen jaar vast.

15.3 Het jaarverslag bespreekt minimaal onderstaande onderwerpen:
- de activiteiten die de Wmo-raad en/of werkgroepen van de Wmo-raad hebben
ondernomen;
- de adviezen die de Wmo-raad in dat jaar heeft uitgebracht en de uitwerking daarvan;
- de samenstelling en eventueel verloop van de leden van de Wmo-raad;
- een opgave van de lidmaatschappen, externe vertegenwoordigingen.

15.4 Het jaarverslag wordt, na goedkeuring van de zittende leden van de Wmo–raad, door de
voorzitter ondertekend.

15.5 De voorzitter verstrekt een bij meerderheid vastgesteld jaarverslag namens de Wmo-raad aan
het college van B&W.

16. Vergoedingen en kosten

16.1 De leden van de Wmo-raad ontvangen een vacatievergoeding welke jaarlijks door het
college van B&W wordt vastgesteld. De vacatievergoeding is gebaseerd op het bijwonen van
alle vergaderingen van de Wmo-raad. Naar redelijkheid en ter beoordeling van het forum, kan
afgeweken worden van deze regel. De vergoeding wordt in december uitbetaald.

16.2 Kosten kunnen conform de gemeentelijke regeling onkostenvergoedingen door leden en
externe leden van ingestelde werkgroepen gedeclareerd worden. Kosten waarin het reglement
niet voorziet zijn ter competentie van de penningmeester en het forum.

16.3 De Wmo-raad besluit in haar vergadering in welke frequentie de onkostenvergoeding
door de penningmeester wordt uitbetaald.

17. De lidmaatschappen

17.1 De Wmo-raad kan lidmaatschappen aangaan, mits het lidmaatschap geen belangen-
verstrengeling tot gevolg heeft met betrekking tot de onafhankelijke adviesfunctie van de
Wmo-raad.

17.2 De Wmo-raad publiceert in het jaarverslag een lijst van de externe vertegenwoordigingen en
lidmaatschappen.

18. De evaluatie

18.1 De Wmo-raad evalueert jaarlijks haar eigen functioneren, eventueel na publicatie van het
jaarverslag.
18.2 Conclusies van deze evaluatie worden ingezet bij het verbeteren van de werkwijze van de
Wmo-raad en kunnen aanleiding zijn tot het bijstellen van:
- het huishoudelijke reglement;
- de verordening op de Wmo-raad;
- het advies-format;
- het rooster van aftreden;
- het rooster van werkzaamheden;
- de regeling onkosten werkgroepleden;
- de budgetverschuivingen binnen de begroting van de Wmo–raad;
- de plannen van nieuwe activiteiten en budgettering van die nieuwe activiteiten in het
lopend boekjaar, dan wel voor het volgende boekjaar.

19. De slotbepalingen

19.1 Het lidmaatschap van de Wmo-raad betekent dat er ingestemd wordt met het huishoudelijk
reglement.

19.2 Nieuwe leden van de Wmo-raad ontvangen de volgende kopieën:
- het meest recente huishoudelijk reglement;
- de gemeentelijke verordening Wmo–raad, vastgesteld 19 april 2012;
- informatie over de onkostenvergoeding;
- het meest recente jaarverslag van de Wmo-raad;
- het advies-format.

19.3 Het vastgestelde of gewijzigde huishoudelijk reglement van de Wmo-raad treedt in
werking op de dag dat de Wmo-raadsvergadering, waarin het besluit tot vaststelling of
wijziging van het huishoudelijke reglement werd genomen, werd gehouden dan wel op een
door die Wmo-raadsvergadering vastgesteld later tijdstip.

19.4 In gevallen waarin dit huishoudelijke reglement niet voorziet beslist de Wmo -raad.

20. Inwerkingtreding van het Huishoudelijk Reglement

Dit huishoudelijke reglement is een aanvulling op de gemeentelijke Verordening van de gemeente
Lingewaal.
Dit huishoudelijke reglement is, overeenkomstig het bepaalde in artikel 19, goedgekeurd en
vastgesteld in de vergadering van de Wmo-raad van december 2013 en in werking getreden op 1
januari 2014.


Asperen, 13 februari 2014


N.N.J. van Iperen
voorzitter Wmo-raad Lingewaal



Bijlage behorende bij het huishoudelijk reglement



Onkostenreglement

1. Leden van de Wmo-raad kunnen tweemaal per jaar hun onkosten declareren. In juni over het
eerste half jaar en in december (uiterlijk op de datum van de december vergadering) over het
tweede halve jaar.
2. Declaraties worden via een daarvoor verstrekt formulier ingevuld en voorzien van
betaalbewijzen, ingediend bij de ambtelijke ondersteuning.
3. De ambtelijke ondersteuning verzameld per betaalperiode de declaratieformulieren, laat deze
voor akkoord tekenen door de penningmeester en maakt op basis daarvan een betaallijst van
alle gedeclareerde kosten.
4. De voorzitter accordeert de betaallijst, waarna de betalingen kunnen plaats vinden.
5. Voor te maken onkosten als reis-, entree-, verblijf- en parkeerkosten is vooraf toestemming
van de voorzitter nodig.
6. Onkosten welke thuis worden gemaakt met privé middelen als telefoon, computer en schrijf
materiaal maken tot een bedrag van vijf euro deel uit van het vacatiegeld. Gemaakte onkosten
boven dat bedrag kunnen gedeclareerd worden.
7. Reiskosten voor reguliere vergaderingen maken deel uit van het vacatiegeld en worden niet
vergoed.
8. Individuele onkosten van leden uit werk- of projectgroepen kunnen worden gedeclareerd mits
daar vooraf toestemming (door de voorzitter) voor is gegeven.
9. Onkosten die niet voorzien zijn in de begroting en/of een overschrijding van een
begrotingspost, dienen onmiddellijk en schriftelijk ter kennis worden gebracht aan de
penningmeester en de voorzitter.
10. In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter.


Vastgesteld op de Wmo-vergadering van 12 april 2010