Site Search

De werkzaamheden van de Wmo-raad

Wat en wie is de Wmo-raad?

De Wmo-raad geeft burgers de mogelijkheid invloed uit te oefenen op het beleid van de eigen gemeente op het gebied van Maatschappelijke Ondersteuning, de Jeugdwet, Participatiewet en relevante Sociale en Maatschappelijke onderwerpen. De Wmo-raad is in een verordening van Gemeente Lingewaal verankert en zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden beschreven. Hierin staat o.m. beschreven dat de gemeente de Wmo-raad vroegtijdig moet betrekken bij het Sociale beleid van de gemeente en op belangrijke zaken het advies van de Wmo-raad vragen. De Wmo-raad kan ook zelf onderwerpen naar voren brengen ter bespreking met de gemeente en/of een ongevraagd advies geven aan het College van B&W. De Wmo-raad heeft voor een efficiŽnte werkwijze eind 2014 gekozen voor een werkindeling in 3 prestatiegroepen, Jeugd, Wmo en Participatie. Omdat het werk van de Wmo-raad breder is dan deze 3 hoofdgroepen zijn de andere onderwerpen zoals b.v. vervoer, bibliotheek, Brede School Herwijnen, de Multi Functionele Accommodatie Heukelum en Woonzorgzone Asperen onder de 3 prestatiegroepen verdeeld. De werkwijze en verdeling van de onderwerpen kunt u in de onderliggen bladen vinden.

Werkwijze WMO-raad Lingewaal 2014-2015

Inleiding:

Naar aanleiding van de bijeenkomst van 29/9 2014 waarin we als wmo-raad stil hebben gestaan bij de toekomst van de wmo-raad, doen wij op basis van de gehouden brainstormsessie en de daaruit voortvloeiende bevindingen een voorstel hoe onze WMO- raad zou kunnen functioneren, zowel organisatorisch als inhoudelijk. Daarbij is enerzijds gekeken naar de huidige raad en anderzijds naar de te verwachten ontwikkelingen in het Rijks- en gemeentelijk beleid ten aanzien van de transities en transformatie. Het beleid, zoals nu vastgesteld, is slechts 2 jaar geldig. Dit impliceert dat er de nodige aanpassingen, wijzigingen, vernieuwingen te verwachten zijn.

Structuur

Uitgaande van het feit dat, ondanks alle te verwachten beleidswijzigingen, de huidige 3- deling in het overheidsbeleid tijdens de transformatieperiode niet zal veranderen, is voor de volgende indeling in de WMO-raad gekozen en te gaan werken met specialistengroepen, te weten:
  • Jeugd
  • Wmo
  • Participatie
  • Elke specialistengroep bestaat uit 3 taakgebieden:

  • Doelgroep(en)
  • Beleid
  • Liaisonfunctie

  • Een specialistengroep bestaat uit tenminste 3 personen. Elke groep bepaalt de eigen werkverdeling en binnen elke groep wordt 1 lid aangewezen en benoemd als aanjager, trekker en aanspreekpunt. Deze wordt ook als zodanig genoemd op de website met vermelding van het e-mailadres.
    De voorzitter van de Wmo-raad maakt geen deel uit van een specialistengroep, maar zorgt ondermeer voor de aansturing van de groepen, kan advies worden gevraagd bij problemen, onderhoudt contacten met de regionale WMO, is het gezicht naar buiten, bewaakt de planning en stelt zo nodig werkgroepen in. De voorzitter kan wel zitting nemen in de werkgroepen.

    Voorstel indeling specialistengroepen:

  • Specialistengroep jeugd: Arjan, Melissa, Everdina
  • Specialistengroep WMO: Mary, Jaap, Levien, Han
  • Specialistengroep participatie: Heidemarie, Hans, Tom
  • Daarnaast worden/zijn er werkgroepen gevormd voor specifieke taken zoals:

  • Website/facebook: Everdina, Nicoline, Levien en Hans
  • jaarverslag: Han, Levien, Nicoline en Hans
  • communicatie: Nicoline en Hans
  • financiŽn: Tom en Nicoline
  • participatie in kernen: Heidemarie, Jaap, Melissa en Nicoline
  • Werkwijze:

    Tot dusver wordt er voornamelijk advies uitgebracht op aanvraag. Vanuit de gemeenteraad werd opgemerkt dat ook ongevraagd advies zeer op prijs wordt gesteld. Indien we daar gevolg aan willen geven betekent dit een pro-actieve houding van de WMO-raad. Het werken met specialistengroepen heeft het voordeel dat de leden expertise kunnen opbouwen op hun deelterrein. Dit kan door middel van het volgen van cursussen, seminars, bijhouden van vakliteratuur, gestructureerd overleg met beleidsambtenaren, enz. De voorzitter voorziet de specialistengroepen van de voor hen relevante informatie, zoals nieuwsbrieven van koepelorganisaties en zorgt ervoor dat zij op de hoogte blijven van de actuele (beleids)ontwikkelingen.

    De rollen binnen de specialistengroepen houden het volgende in:

  • Doelgroepen. Er hoeft niet perse een vertegenwoordiger uit een doelgroep afkomstig te zijn, maar de specialisten dienen wel op de hoogte te zijn van de verscheidenheid aan doelgroepen binnen hun specialisatie, wat hun problematiek is, welke organisaties zich met hulpverlening en ondersteuning bezig houden, dienen contacten te leggen en een netwerk op te bouwen.
  • Beleid. Degenen die zich bezig gaan houden met het beleid dienen op de hoogte te zijn van beleidsontwikkelingen op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Contact met de betreffende beleidsambtenaar maakt hier deel van uit. Men dient zich ook op de hoogte te stellen van de aanbevelingen en geldende opinies binnen koepelorganisaties. Hiervoor kan het nodig zijn congressen en voorlichtingsdagen bij te wonen.
  • Liaisonfunctie. Dit betreft een meer globale kennis van beleid en doelgroepen. Ook wordt er over de grenzen van de eigen specialistengroep gekeken naar raakvlakken en eventuele overlap bij de andere groepen. Hiervoor is een helicopterview vereist en worden de dwarsverbanden bewaakt. Tevens wordt vanuit deze rol gerapporteerd op de plenaire vergadering van de WMO-raad over de vorderingen en activiteiten binnen specialistengroep.
  • Elke specialistengroep levert de al dan niet gevraagde adviezen binnen het specialisme aan bij de voorzitter. Daar waar de adviezen het werkgebied van meerdere specialismen raken is samenwerking tussen de specialistengroepen noodzakelijk en wordt een gezamenlijk advies uitgebracht. Dit gebeurt op initiatief van de voorzitter, waarna in overleg met de betrokken specialistengroepen de taken worden verdeeld. Elke specialistengroep komt ter voorbereiding van de plenaire presentatie tenminste 1 x per maand bijeen en verder zo vaak als nodig wordt geacht.

    Bij de invoering starten de specialistengroepen met de:

  • onderlinge taakverdeling
  • stellen van einddoelen
  • inventarisatie van de prioriteiten
  • een plan van aanpak met een tijdspad
  • Binnen de plenaire vergadering wordt de presentatie uit de verschillende specialistengroepen een vast agendapunt. Elke specialistengroep krijgt hiervoor een vast tijdsblok van max. 10 minuten en bepaalt zelf vorm en inhoud van de presentatie. Wanneer in specifieke gevallen meer dan de reguliere tijd nodig is voor de presentatie, wordt dit vooraf ingepland in overleg met de voorzitter.

    Tot slot

    Door de structuur en werkwijze wordt een goede invulling gegeven aan de transformatie van de Wmo-raad naar de vernieuwde en uitgebreide Wmo met de 3 transities. De nieuwe werkwijze zal in het voorjaar van 2015 geŽvalueerd worden en zo nodig bijgesteld. Lingewaal, oktober 2014